HOME-PAGE

ZWEMBAD

THUIS

STRAND

VERDRINKING

AUTO TE WATER

LINKS

MEDIA BERICHTEN

 

SECONDARY DROWNING

Waarom moet een slachtoffer van een bijna-verdrinkingsongeval, ongeacht zijn toestand, na de redding uit het water, altijd voor onderzoek naar een ziekenhuis ?

Door: Emiel van Galen, arts
Medische Commissie Reddingsbrigades Nederland


Onder verdrinking verstaan we de stoornissen, die in het lichaam optreden door onderdompeling (submersie) in water. Onder water zal een slachtoffer door een onbedwingbare ademhalingsprikkel, water naar binnen ademen. Dit contact met het water in de luchtwegen heeft echter een samenknijping van de stembandspieren tot gevolg, wat een soort basale bescherming betekent tegen het verder inademen (aspireren) van water. Deze stembandkramp wordt een laryngospasme genoemd, ter hoogte van het strottehoofd, de larynx dus. Tijdens deze toestand sluit het strottehoofd waardoor er geen water geaspireerd kan worden, ook niet zolang er nog adembewegingen zijn.

Of deze luchtwegafsluiting nu standhoudt gedurende de hele onderdompeling, of dat er bij langdurig onder-water-zijn water in de longen kan komen, de hoeveelheid ingeademd water is bij alle drenkelingen uiteindelijk bij onderzoek gering.

Toch kunnen inderdaad de longen van verdrinkingsslachtoffers vol water zitten. Dit water moet dus op een andere manier in de longen komen. Hoe?

Het meest directe gevaar voor een drenkeling is niet het vol lopen van zijn longen met water, maar het zuurstofgebrek dat al snel (3-5 minuten) in het bloed gaat optreden, terwijl de vraag naar zuurstof nog onverminderd voortduurt, doordat alle organen gewoon door blijven werken. De hoeveelheid zuurstof wordt verbruikt, zonder aangevuld te worden door de ademhaling. Dit zuurstofgebrek resulteert in een zich uitbreidende inwendige stoornis, waarbij door de ontregeling van de normale bloedwaarden, uiteindelijk alle organen betrokken worden.

Hoewel het theoretisch wel verschil kan geven of iemand verdrinkt in zoet, dan wel zout water, maakt dit voor het ontstaan van de inwendige functie stoornissen uiteindelijk geen verschil, zeker niet in relatie met de eerste hulpverlening ter plekke. Zout water, zoet water, helder of vervuild water, warm of koud water geeft alleen verschillen in het ontstaan en het beloop van klinische complicaties, voor het ziekenhuis dus.



 

Dit begrip, wat valt onder de complicaties, die op kunnen treden na het verdrinkingsongeval zelf, wordt met meerdere medische termen aangeduid: secondary drowning, verdrinking-op-de kant, longoedeem, shocklong, ARDS (= adult respiratory distress syndrome).

Iedere drenkeling, die onder water en/of bewusteloos of gereanimeerd is geweest kan dit na verloop van uren alsnog krijgen, en moet daarom naar een ziekenhuis voor observatie, waarbij gewoonlijk een periode van 24 uur aangehouden wordt. Het is dus onvoorspelbaar of een slachtoffer deze toestand in die 24 uur dus ook daadwerkelijk oploopt.

Ook direkt na de redding uit het water of het begin van de reanimatie kan deze toestand optreden. Dit kan zeer onverwacht gebeuren. Het slachtoffer, die aanvankelijk goed aanspreekbaar is en zonder problemen weer kan ademen, en weer op zijn benen staat (iedereen is opgelucht, dat het zo goed is afgelopen, de EHBO-er voelt zich alom gewaardeerd), deze persoon kan opeens onrustig en blauw worden. De ademhaling verslechtert plotseling, er verschijnt roze-rood schuimend vocht op de mond tijdens de uitademing.

 

Het ontstaan van deze longstoornis is zeer complex, maar komt in het kort hierop neer:

Door de verdrinking, de daaropvolgende ademhalingsstoornis, het zuurstofgebrek in het bloed en de daaruit volgende overige ontregelingen in de normale bloedwaarden, wordt de doorgankelijkheid van de wandjes van de longblaasjes (alveolen), ingrijpend veranderd. Dienen longblaasjes normaal om zuurstof in het bloed te brengen, en koolzuurgas uit het bloed, thans treedt er ook vocht uit de bloedbaan door de wanden en komt in de longblaasjes zelf terecht. De longen lopen op deze manier, van binnenuit vol. Hierbij komt nog dat de ademhaling veel moeilijker wordt, doordat het surfactant van de longblaasjes verdwijnt, zodat de weerstand van het longweefsel sterk toeneemt. (Surfactant is een lichaamsstof die als een dun vliesje over de longblaasjes ligt, en ervoor zorgt dat de longblaasjes open blijven). In plaats daarvan ontstaat er ontstekingsvocht, en worden er stugge eiwitten afgezet om de longblaasjes heen.


Al met al een zeer ongunstige situatie om na een verdrinking weer lekker frisse lucht te kunnen inademen.

Het ontstane vocht wordt dus uit de diepste diepten van de longen naar boven geademd, wat in de bovenste luchtwegen tot een roze-rood schuim wordt. Deze situatie is levensbedreigend en vereist direct specialistische hulp, liefst op een intensive care.

Fysiologisch is een beademing met een overdruk nodig, om de longblaasjes met de luchtdruk open de houden, terwijl alle stoornissen juist een ontplooiing tegengaan. Dit moet gebeuren met een beademing via een buis in de luchtpijp (intubatie), die eigenlijk al op de wallekant bij de komst van een ambulance zou moeten worden aangelegd, mits uitrusting en deskundigheid dit mogelijk maken.

Voor de EHBO-er staat in deze situatie maar 1 weg open: zeer beslist en krachtig mond op mond blijven beademen. Dit is moeilijker als anders, omdat de EHBO-er bij elke beademing de inwendige weerstand zal voelen. Hierbij komen enkele technische problemen, waarbij het grootste gevaar is dat men bij beademing lucht in de maag van het slachtoffer blaast, in plaats van in de longen.

Een verdrinkingsslachtoffer is koud, blauw, nat en vies. Het voelen van tekenen van circulatie is moeilijk, pulsatie aan de polsslagader is vrijwel altijd afwezig, het kloppen van de halsslagader kan heel zwak zijn, of er is een sterk verlaagde hartslag. Drenkelingen zien er hierdoor vaak afschuwelijk uit, en maken een dode indruk. Laat dit het toepassen van de elementaire eerste hulp nooit be´nvloeden ! (bewustzijn-ademhaling-circulatie = reanimatie)

Een van de meest hardnekkige misverstanden bij drenkelingen is dat eerst het water uit de longen gehaald moet worden. Dit blijkt zinloos en betekent altijd kostbaar tijdverlies.

Over de zin van beademing en reanimatie is bij een nat en koud slachtoffer op de wallekant nooit een uitspraak te doen:



 

ook al heeft een slachtoffer een uur onder water gelegen,

ook al is een slachtoffer sterk afgekoeld, of ijskoud,

 vervoer een drenkeling altijd naar een ziekenhuis.